
Het is vandaag een nationale feestdag en morgen heb ik een toets Japans. Daarom een gelegenheid om iets te vertellen over de Japanse taal. Naar mijn mening sluiten de introductieboekjes niet steeds aan bij de behoeften van de Vlaamse toerist in Japan. Hierbij dan mijn overlevingskit met 10 tips in dalende orde van belangrijkheid. Wie me komt bezoeken leert dit maar best van buiten!
1) dank u welDe beleefdste vorm is
domo argigato gozaimasu. (Een u op het einde van een woord wordt niet uitgesproken). Iets minder beleefd is
domo argigato en informeel kan je
domo gebruiken. Let op, beleefdheid is belangrijk in Japan!
2) alsjeblieftEr bestaan veel woorden om je beleefdheid uit te drukken als je iets ontvangt, wil geven, vragen of iemand stoort. Als je iets geeft, bijvoorbeeld je laat iemand voorgaan, dan zeg je
doozo. Als je iets vraagt gebruik je
onegaishimasu. Als je iemand stoort of in verlegenheid brengt, bijvoorbeeld iemand raapt iets op dat je liet vallen, dan zeg
sumimasen.
3) basisgramaticaIn het Japans gebruik je partikels om een zin te vormen. Het belangrijkst is
wa. Je kan jezelf voorstellen met de zin:
watashi wa Albrecht desu (letterlijk: [wat] mij betreft Albrecht is). Een vraag stellen kan je door achter een zin
ka te zetten, bijvoorbeeld:
nan sai desu ka wat betekent ‘hoe oud ben je’ (letterlijk: wat jaar is?). Of zeer handig:
kore wa nan desu ka (letterlijk: ‘dit betreft wat is’, dus: wat is dit?). Voor de verleden tijd gebruik je
shita achteraan. Bijvoorbeeld
berugi kara kimashita wil zeggen ‘ik ben van België’ maar letterlijk ‘ik ben van België gekomen’. Voor de negatie van een zin plaats je
sen achteraan. Een belangrijke zin is dus
wakarimasen, ‘ik begrijp het niet’. Maar Japans is een taal met veel dubbele betekenissen en ambiguïteiten.
Wakarimasen wordt ook gebruikt voor ‘ik weet het niet’. Verleden tijd samen met negatie is
sen deshita, bijvoorbeeld
tabemasen deshita. ‘Ik heb nog niet gegeten’. Eigenlijk moet je zeggen
watashi wa tabemasen deshita, maar vermits je zoiets over jezelf zegt kan je watashi wa weglaten.
4) eten en een pint bestellenEen pint bestel je met
biru o kudasai. Het partikel 'o' drukt een aktie uit, in dit geval iets verkrijgen. De meeste restaurants hebben menu’s met prentjes. Dus om iets te bestellen wijs je gewoon naar een prentje en zeg je
kore o kudasai (‘graag dit aub’). De rekening vraag je met
o kanjo o shite kudasai.
5) waar is?Het woord voor waar? is
doko. Dus hiermee kan je de nuttige zinnen vormen
toire wa doko desu ka (waar is het toilet?). Je kan toilet vervangen door de volgende nuttige termen:
takushii (taxi),
tetsudoo no eki (treinstation),
chikatetsu no eki (metrostation),
ginko (bank),
basutei (busstop), ..
6) tellenBehoorlijk handig als je kan tellen en het is best makkelijk: ichii, nii, san, yon, go, rokku, nanna, hachi, kyu, jyu (1 – 10), verder jyu ichii, jyu nii, .., nii jyu (20), nii jyu hachi (28), .. hyaku (100), sen (1000).
7) hoeveel?Nu dat je kan tellen kan je vragen
kore wa ikura desu ka (hoeveel kost dit?), of
kono kaban ikura desu ka (deze tas hoeveel kost die?).
8) van Het partikel 'no' drukt afhankelijkheid uit. Bijvoorbeeld een prof van de universiteit van Kobe is
kobe daigako no sensee (je begint dus omgekeerd). Ik ben een onderzoeker van de universiteit van Gent, dus
gento daigaku no kenkyusha desu. Je kan dat ook gebruiken voor
watashi no (letterlijk: ‘mij van’, of dus ‘mijn’). ‘Mijn naam is Albrecht’ wordt dus:
watashi no namea wa albrecht desu. Je kan 'no' zelf samen gebruiken met 'nan', het wordt dan 'over wat' of 'waarover'. Dit heb ik experimenteel ondervonden. Je krijgt dan zo een Aha-erlebnis, "wow dit werkt". Bijvoorbeeld:
kono hon wa nan no hon desu ka (wat dit boek betreft, waarover gaat dat?).
8) aangename kennismakingWe hebben, eten en drinken, we kunnen de weg vragen, kennen de prijs. en kunnen onszelf voorstellen. Wissel kaartjes uit (biedt ze aan en neem ze aan met beide handen) en zeg
doozo joroshiku onegaishimasu, aangename kennismaking, maar letterlijk betekent dit ‘behandel me goed aub’.
9) katakana vocabulariumJe kent meer Japanse woorden dan je zou denken want vele moderne woorden zijn ontleend aan het Engels. Ze worden geschreven in katakana, een fonetisch schrift voor vreemde woorden. Met wat goeie wil kan je dat leren op twee dagen. Ze worden wel wat anders uitgesproken en dat kan behoorlijk grappig zijn. Hier zijn er enkele:
biru (bier),
apaato (appartement),
supiichi (speech),
chokoreeto (chocolade),
kooto (coat),
shatsu (shirt),
rashu (rush hour),
kuruyeto kaado (credit card),
eakon (airco),
softo (software),
pasokon (personal computer),
dooa (deur),
naifu (knife),
miruke (melk),
djazu (jazz),
terebi (TV),
saizu (size),
kurisumasu (kerstmis). Mijn naam in het katakana wordt
arubereheto (zie foto), Lilian wordt
ririyan. Maar weet je wat het meest grappige is?
Yumoa is het Japans woord voor humor, ontleend van het Engels. Dat betekent dus dat er geen ‘humor’ was voor de opening van Japan eind 19de eeuw!
10) uuhTenslotte, als je niet weet wat zeggen, dan zeg je gewoon
ano… Het betekent niets.